Algemeen  
  Bestuur  
  Buitenschoolse opvang  
  Burgerzaken  
  Cultuur  
  E-loket  
  Financiën  
  Grondgebied  
  Infrastructuur  
  Jeugd  
  Onderwijs  
  Opwijk Op 't Net  
  Opwijk steunt Haïti  
  Sport  
  Toerisme  
Begin submenu Toerisme
 
Einde submenu Toerisme
  Veiligheid  
  Welzijn  
  Zoeken  


Zoeken:
 


BlindSurfer, december 2004 (nieuw venster)

 
HomeHelpContactSitemap  
 
Wapenschild Gemeente Opwijk
 
Begin submenu voor Wandeling doorheen Opwijk 
  Fiets- en wandelkaarten    
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
Einde submenu voor Wandeling doorheen Opwijk
Statistieken (beveiligd)
> Toerisme > Wandel- en fietsroutes > Wandeling doorheen Opwijk

Wandeling doorheen Opwijk

De beschrijving van de wandeling van "Opwijk" is een uitgave van de Stichting Monumenten- en Landschapszorg v.z.w. in samenwerking met het gemeentebestuur van Opwijk en VTB-VAB.

Basistekst : Walter Callaert en Fons Lefever
Fotos : Oswald Pauwels en Patrick Vissers


De wandelroute vertrekt aan het Opwijkse gemeentehuis, achter de Sint-Pauluskerk op de markt (Marktstraat nr. 55). In 1840, kocht het toenmalige "Bureel van Weldadigheid" dit huis aan, om er een rusthuis in te richten. Omdat het huis, dat vroeger het huis Verlat genoemd werd, te klein bleek voor een gasthuis, ruilde men het al snel in voor het huis Rollier, een pand dat nu afgebroken is. In dit laatste huis, op de parking van het huidige jeugdhuis Nijdrop, was tot in 1842 de gemeentelijke administratie gevestigd. Die vond vervolgens op haar beurt onderdak in het huidige gemeentehuis.

Het gemeentehuis, vijf traveeën breed, dateert uit het begin van de 19de eeuw. De voorgevel die voorheen bepleisterd en beschilderd was, heeft men recent ontpleisterd. De vensters en de deur zijn gevat in eenvoudige, arduinen omlijstingen en deze op de begane grond zijn voorzien van luiken.

kerkMen volgt rechts het Kerkweggetje. Links bevindt zich de Sint-Pauluskerk.

Men steekt links het kerkplein over en wandelt links de Kattestraat in. Na ongeveer vijftig meter slaat men in de bocht rechts een smal pad in, dat rechts wegdraaiend naar de oude Pastorij voert (Kattestraat nr. 7). Dit gebouw, uit 1618, werd gebouwd in opdracht van Gillis van Lokeren. Het eertijds omwalde goed bestaat uit drie delen : een woonhuis, een oostelijk gelegen schuurtje en een stal. Het woonhuis verbouwde men in de 18de eeuw tot wat het nu is en men metselde ondermeer het uiterst linkse venster dicht, alsook de twee keldergaten aan de deur en de houten deur in de westelijke zijvleugel. Wellicht hadden de vensters vooraan hetzelfde 18de eeuwse roosterkozijn, als deze aan de achterzijde. Het is een feit dat dit gebouw in het begin van de 17de eeuw prestigieus overkwam. De inkomdeur was zonder twijfel indrukwekkender dan nu. De dakbedekking bestond uit pannen, zoals nog zichtbaar bij de gebouwen en het schuurtje. Het schuurtje heeft nog zijn oorspronkelijke constructie, in stijlwerk, met uitstekende ankerbalken en lemen vullingen, maar het werd in 1851 verruimd.

Het "Hof ten Hemelrijck"

ccAan de Oude Pastorij wandelt men rechts door de tuin van het "Hof ten Hemelrijck" (Kloosterstraat nr. 7). Deze boerderij wordt reeds vermeld in de 14de en 15de eeuw. Jan van der Scueren, pastoor van Opwijk, woonde in 1422 op dit hof. Ook in later eeuwen waren het steeds vooraanstaanden die het hof bewoonden. Zo woonde er in de 18de eeuw de hoofdman van de in 1855 verdwenen Sint-Paulusschuttersgilde. De eigenlijke hoeve vertoont de kenmerken van de Brabantse hoevebouw. Woning, stallen, schuur en andere dienstgebouwen zijn in het vierkant opgesteld. Sinds enkele jaren is het geheel omgevormd tot cultureel centrum.

Volgt men de weg door het "Hof ten Hemelrijk", dan komt men in de Kloosterstraat, die men links inslaat. Hier ziet men wat meer naar rechts het klooster van de Congregatie der Zusters van Sint-Vincentius à Paulo van Opwijk (Kloosterstraat nrs. 38).

klooster In 1840-1842 werd, onder impuls van deken Van Hemel, de Congregatie gesticht. Wat aanvankelijk begon als een godshuis en een zusterschool, zou weldra tot grote bloei komen. Aanvankelijk waren kerk en school gevestigd in het huis Rollier, waar thans de parking aan Jeugdhuis Nijdrop is. Maar toen deze locatie te klein werd, liet men in 1902-1904 het grote klooster bouwen. De meisjesscholen werden overgebracht naar de school op het Heiveld. In 1905 werden het Gasthuis en de oude schoollokalen door de Commissie van het Godshuis overgenomen. De Congregatie bleef zich evenwel inzetten voor het rusthuis en voor het onderwijs. Hiervan getuigen de talrijke scholen die zij, zowel in als buiten Opwijk, oprichtten. Het nieuwe klooster werd, na de Eerste Wereldoorlog, aanzienlijk uitgebreid met ondermeer een ruime kapel in 1933.

De VTB-VAB-rustbank vtb-rustbankLinks in de Kloosterstraat, schuin tegenover het klooster, ziet men het rusthuis van het O.C.M.W. Men slaat, even voorbij het rusthuis, het weggetje links in, en wandelt langs het Konkelgoed naar de rustbank van de VTB-VAB, aan de Nanovestraat. Dit monument werd in 1972 gebouwd volgens de plannen en de tekeningen van architecten F. Berghman en J. Mannaert. De bank brengt de Opwijkse geschiedenis in beeld in twaalf taferelen, hoogtepunten uit de Opwijkse geschiedenis : de paalwoningen, de Frankische hoeven, de eerste meier van Opwijk, Hendrick van Dendermonde, de verwoesting in 1380 van de Heilige Drievuldigheidsparochie op de Klei, de verhuis van het vroegere centrum naar het lager gelegen deel - Netterwick -, de bouw van de Sint-Pauluskerk in 1410, de verwoesting van het dorp door de geuzen in 1579, de bouw in 1618 van de Oude Pastorij, de vergroting van de Sint-Pauluskerk in 1773, de Sint-Pauluspaardenprocessie en de Opwijkse parochies.

Men wandelt links de Nanovestraat in. Na ongeveer driehonderd meter ontwaart men aan de rechterkant een klein weggetje dat naar de hoger gelegen wijk Hulst leidt. Bovenaan dit baantje neemt men de weg naar rechts, om vervolgens de eerste weg links af te slaan. Hierna slaat men terug rechts af om, enkele meters verder, links over een recentelijk geasfalteerde wandelweg, richting Droeshout te trekken. Merk aan de linkerkant een statig herenhuis op. Dit is het domein van de familie Stiennon.
Aan het T-punt slaat men linksaf en volgt men de weg tot aan de Steenweg op Vilvoorde. Men steekt deze recht over om langs de verharde aarden weg, Langeveldweg genaamd, de wandeling verder te zetten. Bij het kruispunt met de Langeveldstraat gaat men even naar rechts en wandelt dan terug naar links, het Langeveld in. Op deze weg verlaat men weldra het asfalt om, tot in Mazenzele, langs aarden wegen te genieten van het prachtige landschap. De aarden weg mondt uit in een T-punt waar men links afslaat, om enkele meters verder, rechts verder te gaan. De Kouterbaan leidt naar de Koutermolen van Mazenzele.

De Koutermolen KoutermolenDe molen van Mazenzele of de Koutermolen, uit 1848, is één van de laatste restanten van een roemrijk verleden. Door de opkomst van grote industriële maalderijen verloren de molens de laatste vijftig jaar aan rentabiliteit en daardoor aan economische betekenis. Hoewel men in de Koutermolen bijna niet meer maalt, is hij nog steeds intact. De molen is wellicht de vijfde die op de Kouter werd gebouwd en in een verkoopsakte lezen we dat het een wind- en stoommolen betrof. In 1912 of in 1916 ging de molen in vlammen op. Na 1916 werden in elk geval de molenkap en de wieken, evenals de derde verdieping verwijderd. De Koutermolen was oorspronkelijk een stenen graanwindmolen, van het type grondzeiler. De bakstenen molen was vroeger witgekalkt, met gecementeerde plint. Later werd de molen uitgebreid met een laagbouw, uitgevoerd in baksteen met gecementeerde plint en met een pannen lessenaarsdak.

Men volgt nog even de weg verder langs de Kouterbaan, die links wegdraait en voorbij de school overgaat in de Gildelaan. Op het einde ervan slaat men links af. Deze weg leidt naar de Dries.

De Dries

Deze plaats heeft een nauwe band met de Sint-Pietersgilde van Mazenzele, één van de oudste verenigingen van Brabant en zelfs van Vlaanderen. In tegenstelling tot heel wat schuttersgilden die door de Franse Revolutie werden afgeschaft en waarvan de goederen in beslag werden genomen, bleef het aanzien van de Sint-Pietersgilde onbedreigd. De toenmalige hoofdman slaagde er in de grond als gemeentegrond te laten aanzien. Na deze woelige periode werd het bezit weer overgeheveld naar de gemeenschap. De gildebroeders vormen nu een soort consortium waarbij ze elk voor 1/28e eigenaar zijn, zonder titel.
De oudste vermelding van de gilde werd geschreven door pastoor Peeter Verhasselt (1538-1557), de toenmalige hoofdman van de gilde. Op dat moment kende de gilde reeds een grote bloei en telde ze 59 leden. In dezelfde passage vermeldt hij het vervaardigen van een nieuwe vlag. Dit bewijst waarschijnlijk dat de gilde reeds veel vroeger moet ontstaan zijn. Volgens oude overleveringen kwam ze zelfs rond 1270 tot bestaan, toen Mazenzele parochiaal afhankelijk was van Asse.
Het eigenlijke gildearchief begint echter pas vanaf 1671. De schuttersgilde had in die tijd een tweevoudig doel, namelijk krijgskunde en vermaak. Ze beschermde het land en de bevolking tegen diefstal en overval. Daarnaast droeg ze bij tot het opluisteren van burgerlijke en godsdienstige plechtigheden in het dorp. Als militie beschermde ze deze plechtigheden, later nam ze er aan deel uit traditie.
De gilde van Mazenzele is de enige gilde in Vlaanderen die nog over een eigen Dries beschikt. Hoe de gilde in het bezit kwam van deze Dries, blijft een raadsel. De overlevering gaat terug tot de 4de à 5de eeuw. Enkele Franken zouden zich in deze streek gevestigd hebben, waaronder een zekere Maso. Hij vestigde zich hier in een villa, gelegen op de plaats van het "Borrewater". Voor het hof legde hij een plein aan, de huidige Dries. Volgens de legende zou de laatste der "Van Masenseles", vooraleer hij in het klooster trad, het plein aan de gilde hebben geschonken. Mogelijk gaat het hier om Waltarus van Masensele, die in 1165 in de abdij van Affligem binnentrad.

gildekoningIn 1991 werd naar aanleiding van de viering van het 450-jarig bestaan van de Gilde op de Dries een bronzen beeld onthuld. Dit werk van de hand van Jos Hens stelt "de Gildekoning" in al zijn fierheid voor.

Aan de Gildekoning gaat men naar rechts en na ongeveer veertig meter, in de scherpe bocht, neemt men tussen twee percelen door een weggetje rechts, dat tweehonderd meter verder rechts uitmondt aan de Sint-Pieterskerk.

De Sint-Pieterskerk
kerk MazenzeleIn 1098 verwierf de abdij van Affligem het patronaatschap over de kerk van Mazenzele. Voorheen had de kerk van Asse een "altare" te Mazenzele in haar bezit. Dit laatste bewijst dat ook in die periode reeds een kapel in Mazenzele bestond.

Het oudste deel van de kerk is ongetwijfeld de toren - vermoedelijk 13de eeuws - samen met de eerste drie traveeën van de middenbeuk. Deze toren, in vroeggotische stijl, vertoont nog heel wat Romaanse elementen. In verhouding tot het schip heeft de toren een zeer brede vorm. Dit wordt mede door de waterlijsten, die de brede registerindeling accentueren, en het enkele venster aan elke zijde, beklemtoond. In de 17de eeuw breidde men de kerk voor het eerst uit. Het schip verbreedde men tot drie even brede beuken. Het dak en de zijmuren werden tot het huidige niveau verhoogd, en men bouwde langs elke zijde wellicht een transept bij. Dit laatste is aan de buitenzijde te zien door het verschil in steenparement. De verbouwing vond waarschijnlijk rond 1653 plaats en verleende het gebouw het uitzicht van een soort hallekerk. In 1835 breidde men de Sint-Pieterskerk in de lengte uit. De oorspronkelijke altaren brak men af en voorzag ze in de lengte van half-koepelvormige uitsparingen. Men verlengde het koor en voorzag het langs de zijkanten van twee absissen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de toren zeer zwaar beschadigd. In 1920 werd hij hersteld en verhoogd.

Toch is de Sint-Pieterskerk een typisch gotisch dorpskerkje. De kleinschaligheid van het gebouw staat borg voor een sobere, maar toch harmonieuze ruimteopvatting. De harmonie wordt bereikt door een samenhang in functionaliteit van de verschillende elementen van de kerk. Zo krijgen de vensters en de andere openingen een belangrijke rol toebedeeld, aangezien ze op een evenredige basis het licht moeten binnenbrengen in een ruimte die bepaald wordt door de omringende muren en de zuilen. Verder legde men in hoge mate het accent op het horizontale karakter, waarbij de richting naar het altaar toe werd geaccentueerd. De hoogtewerking in de kerk bleek te klein voor dit typische gotische gebouw, zodat men de indruk heeft dat de intimitieit en het gesloten karakter primordiaal waren voor de bouwheren. Het serene, rustige karakter, wordt mede bepaald door het neoclassicistisch vensterwerk. Ook de bruine kleur van de gewelven en de houtbekleding, het nagenoeg volledig ontbreken van ornamentiek en de dikke ribben van de gewelven, die in de laatste travee worden afgevlakt, leggen tevens de nadruk op deze soberheid en eenvoud. De enige spanning wordt bereikt door de spitsbooggewelven.

De altaren die zich thans in de kerk bevinden, dateren van de 19de of de 20ste eeuw. Het sacramentsaltaar plaatste men vermoedelijk bij de verbouwing in 1835. De drie altaren getuigen, evenals de architectuur, van het sobere en tevens stemmige karakter van de kerk. De eiken biechtstoelen dateren vermoedelijk uit het midden van de 18de eeuw. Ze zijn drieledig met een centraal deel en twee open zijdelen. De delen worden van mekaar gescheiden door vier halfzuilen en langs de twee uiterste zijden bekroond met een vaasornament, met daaronder een schelpmotief. Boven het middelgedeelte bracht men langs beide zijden voluutvormige acanthus aan, bovenaan bekroond met engelenkopjes en vooraan versierd met een parelsnoermotief. Tussenin bevindt zich een geprofileerde deur, met bovenin traceerwerk met een Jezus-monogram. Het geheel wordt bekroond door een eenvoudig geprofileerde kroonlijst, waarin men boven het middendeel een vlak stuk met rondboog uitkraagde. Er dient op gewezen te worden dat in de kerk te Kobbegem haast identieke biechtstoelen staan. Deze laatste werden vervaardigd door J. Devidts in 1737.

Het enige figuratieve glasraam werd in de 19de eeuw gemaakt. De voorstelling kan men langs de binnenzijde slechts gedeeltelijk bewonderen, daar het afgeschermd is door een muur. Langs de buitenzijde van de kerk ziet men Christus aan het kruis afgebeeld, met aan zijn zijde Maria en Johannes. De lambrizering van de kerk dateert van de verbouwingswerken aan de kerk in 1835 en vervangt de vorige, die in 1798 door de Fransen werd vernield. Het doksaal en de lambrizering getuigen beiden van een sterke neoclassicistische inslag.

Het orgel dat vroeger op het doksaal stond, bevindt zicht momenteel in de kerk Onze-Lieve-Vrouw-Middelares van Nijverseel. Het betreft een instrument uit 1843, gebouwd door Pieter Hubertus Anneessens van Ninove.

Van groot belang zijn evenwel enkele grafstenen. Onder de speeltafel van het orgel, links vooraan, bevindt zich de grafsteen van pastoor J. Schaurinck (1648-1685). Verder liggen enkele grafstenen van leden van de families 't Sas en Plas. Aan het portaal vindt men de grafstenen van Guillaume 't Kint en Petronella Pipenpoy. Deze laatste was een afstammelinge van het Brussels geslacht van de Pipenpoys.

Het schilderij in de kerk, uit de 17de eeuw, is geschilderd door een onbekend meester en stelt de Aanbidding der Wijzen voor. Van groot belang voor het Mazenzeelse volksleven is het beeld van Sint-Petrus, afgebeeld als paus in gepolychromeerd beeldhouwwerk. Dit vroeg 16de-eeuws beeld wordt nog steeds vereerd en rondgedragen door de Sint Pietersgilde.

Rechts van de kerk bevindt zich de pastorij, een gebouw dat dateert uit de 18de eeuw (Dorp nr. 42). Het is een dubbelhuis met twee verdiepingen en met vijf traveeën die afgedekt zijn met een leien schilddak.

Wanneer men de kerk verlaat, volgt men rechts naast de herberg de Kouterbaan en slaat men even verder links af. Aan het kerkhof volgt men de weg links ervan. Dit wegje zorgde vroeger voor de verbinding tussen Droeshout en Mazenzele. Op het einde ervan komt men in de 't Kintstraat, die naar de 't Kints- of Sint-Rochuskapel leidt.

De 't Kintskapel of Sint Rochuskapel

kintskapelDeze kapel wordt genoemd naar de legendarische juffrouw 't Kint. De voorgevel van dit laatbarokke kapelletje draagt het jaartal 1770 en bevat de herdenkingssteen "Joh. Josine 't Kint 8,8,1696-1793". In de nabijheid van de kapel stond vroeger een groot pachthof, van waaruit de juffrouw haar uitgestrekte domeinen beheerde. Ze bleef ongehuwd en liet bij haar overlijden bezittingen achter zonder enige erfgenaam te hebben aangeduid. Sindsdien was haar erfenis een bron voor langdurige twisten tussen vele families. Ze mondde uit in één van de beruchtste erfeniskwesties van Vlaanderen. Volgens de legende zou juffrouw 't Kint nog geregeld terugkeren in een zwarte koets die getrokken wordt door vier witte paarden. Een andere legende verhaalt dat ze nog steeds als een wit konijn ronddwaalt rond de kapel. Deze verschijningen zouden blijven duren tot haar erfenis rechtvaardig verdeeld is.

Juffrouw 't Kint liet de kapel bouwen ter ere van Sint-Rochus, patroon tegen de pest. Haar grootouders waren immers gestorven tijdens de gruwelijke pestepidemie die deze streek teisterde van 1667 tot 1669.

Men volgt rechts de Mazelstraat, die rechts uitmondt in de Mechelstraat. Bij de kruising van de Mechelstraat met de Steenweg op Vilvoorde ziet men rechts de watertoren.

De watertoren

watertorenOmwille van zijn ligging en vormgeving is de watertoren van Droeshout een waardevolle getuige van het industriële erfgoed. Architect Coveliers ontwierp hem in 1954 voor de toenmalige Maatschappij der Waterleidingen. Het bouwwerk in baksteen, met een plint in beuksteen, valt op door het robuuste, ietwat plompe karakter. De dakboord is uitgevoerd in kunstmatig hardsteen. De dakbedekking bestaat uit een combinatie van koper en aspelt en wordt onderbroken door verluchtingsschouwen.

Men steekt de drukke Steenweg op Vilvoorde over, volgt deze heel even naar rechts, om dan onmiddelijk het eerste weggetje links, de Oude Mechelbaan, in te slaan. Enkele meters verder stapt men onmiddellijk naar rechts om uit te komen in de Guldenboomstraat. De Oude Mechelbaan zou nog een restant zijn van een oude heerweg uit het Romeins tijdperk. Aan het kruispunt met de Guldenboomstraat, volgt men de weg links tot aan het eerste bloemperk. Achter dit bloemperk leidt de aarden weg rechts - die links ombuigt - naar het Hof ten Gulden Boom.

De kapel Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes

Iets naar beneden - aan het kruispunt met de Droeshoutstraat - steekt men de weg over en neemt dan de weg rechts. Links staat een boerderij met een grote Onze-Lieve-Vrouw van Lourdeskapel - bekend als de Van Doorekenskapel, genoemd naar de eigenaars. Door het aanleggen van de betonweg in 1976, werd de ruimte tussen de oude en de nieuwe Droeshoutstraat als het ware in een groenruimte herschapen, wat de kapel een mooi kader verleend. De kapel werd in 1876 gebouwd door de familie Van Dooren. Door haar voorgevel met spitsboogdeur, roosvenster, hoekpilasters en sierzuiltjes, vertoont ze geen enkele verwantschap met de andere Opwijkse kapellen. Voor de stichting van de parochie Droeshout in 1895, was deze kapel voor velen een oord om 's zondags een rozenhoedje te bidden.

Men volgt de weg - voorbij de kapel - naar beneden, en slaat de eerste straat, Diepenbroek, links in. Hier bevindt men zich in het rustige natuurlandschap van Diepenbroeck. Ongeveer tweehonderd meter na de tennisvelden slaat men tussen de velden in rechts af. Aan het T-punt slaat men links af, de weg mondt uit in de Groenstraat. Men bevindt zich nu weer in het centrum van Opwijk. Op het einde van de Groenstraat slaat men rechts af in de Kalkestraat. Deze volgt men tot ongeveer twintig meter voor de laatste bocht. Rechts bevindt zich een weggetje dat leidt naar de Karenveldstraat. Als men deze straat oversteekt, ziet men terug een weggetje tussen de school en het klooster. Dit baantje leidt tot de wijk Schuttershof. Men volgt dit weggetje tot het uitkomt in de Schoolstraat. Rechts ziet U de voormalige Gemeentelijke Jongensschool - thans het gemeentelijke BUSO. Onmiddellijk rechts leidt een baantje naar het Cultureel Centrum "Hof ten Hemelrijk" en de vlakbij gelegen Sint-Pauluskerk, het vertrekpunt van deze wandelroute.

 




een realisatie van kmo2web.be